Handbal spelregels

Handbal
Om goed te kunnen handballen moet je snel zijn, goed kunnen springen, hard kunnen gooien, sportief zijn en met je teamleden samen spelen.

De spelers
Een handbalteam bestaat uit zeven spelers; zes veldspelers en één keeper. Daarnaast mogen er vijf wisselspelers op de reservebank plaatsnemen. Bij deze snelle en beweeglijke sport mag onbeperkt gewisseld worden.

Het veld
Handbal wordt gespeeld op een speelveld van 40 meter lang en 20 meter breed. Dit veld bestaat uit twee speelhelften met aan weerszijden een doel. Het doel is afgeschermd door een halve cirkel waar alleen de keeper mag komen. De bedoeling van het spel is simpelweg meer doelpunten te scoren dan de tegenstander!

De spelregels
Handbal is een continu aanval- en verdedigingsspel. Alle spelers vallen aan en ook alle spelers verdedigen. De overgangen van de aanval naar de verdediging (en andersom) maken van handbal een spectaculaire en aantrekkelijke sport voor spelers en publiek. Dit geldt zeker voor de hele snelle aanvallen, die worden ‘breakouts’ genoemd.

Een speler mag met de bal lopen, terwijl hij/zij deze stuit (tippen). Zonder te stuiten mag een speler maar drie passen lopen met de bal en deze niet langer dan drie seconden in zijn handen houden. Een tegenstander mag met het lichaam worden verdedigd, maar niet met voeten, armen of benen. Overtredingen worden bestraft met een vrije worp, een strafworp of een tijdstraf van twee minuten.